Tekst: Kleiner Groter Print

Beleid, Wet- en Regelgeving

Toegankelijkheid komt in diverse beleidsstukken en wet- en regelgeving aan de orde. Een overzicht van de stukken vindt u hiernaast onder relevante documenten. Voor meer informatie verwijzen we naar de site van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Wet Personenvervoer 2000
Art. 32 gaat in op de voorschriften die in een concessie gesteld moet worden, toegankelijkheid is een van de voorschriften. Zie WP 2000 voor meer informatie.

Nota Mobiliteit
De verbetering van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer heeft hoge prioriteit in het nationaal verkeer- en vervoerbeleid. Een bevestiging hiervan is te vinden in de Nota Mobiliteit waarin toegankelijkheid is aangeduid als essentieel onderdeel. Voor het eerst in 1999 zijn doelstellingen voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer geformuleerd. Hierbij zijn onderscheiden:

  • 2010 als termijn voor realisatie in het OV over de weg ofwel busvervoer;
  • 2030 als termijn voor het OV over spoor: trein, tram en metro.

In de Nota Mobiliteit (Naar een betrouwbare en voorspelbare bereikbaarheid PKB deel IV) staat het volgende over toegankelijkheid en over doelgroepenvervoer:

Optimale toegankelijkheid OV
O
V-autoriteiten spannen zich in samenspraak met gemeenten en ondersteund door het rijk in om geleidelijk een toegankelijk OV te realiseren. Gezien de verwachte ontwikkeling van het materieel in het stads- en streekvervoer dat eind 2010 nagenoeg voor 100% voldoet aan toegankelijkheidseisen, spitst de aanpak zich toe op de belangrijkste bushaltes. In de periode t/m 2010 worden haltes bij vitale bestemmingen zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen en knooppunthaltes ('sterhaltes') toegankelijk gemaakt, zodat een zo groot mogelijk deel van de doelgroep 'mensen met een mobiliteitsbeperking' hiervan kan profiteren. Rijk, provincies, WGR-plusregio's en gemeenten maken bestuurlijke afspraken over het aandeel toegankelijke haltes in 2010, over de financiering en over de voortgang.

Ontschotting OV en doelgroepenvervoer
De overheden streven zoveel mogelijk naar 'ontschotting' van verschillende budgetten voor collectief personenvervoer. Het rijk ondersteunt initiatieven die leiden tot een betere samenwerking tussen de verantwoordelijken voor doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. De verwachting is dat een gebundelde inzet van middelen voor collectief personenvervoer op regionaal niveau de meeste schaalvoordelen biedt, zowel vanuit het perspectief van de klant, de opdrachtgevers en de opdrachtnemers van het vervoer. Het gebruik van algemene voorzieningen als het openbaar vervoer heeft de voorkeur boven specifieke voorzieningen voor bepaalde doelgroepen.

Europese regelgeving
Sinds februari 2004 mogen er op grond van het Voertuigreglement (na implementatie van Europese richtlijn 2001/85/EG) geen nieuwe stadsbussen meer de weg op die, wat betreft hun constructie, niet (rolstoel)toegankelijk zijn. Inzet van het Nederlandse kabinet is dat deze Europese richtlijn ook toegepast wordt voor bussen in het streekvervoer (bron: Kabinetsvisie ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing).

Voor meer Europese regelgeving en informatie over Europees beleid verwijzen we u naar internationaal.

Overige kaders
In de brief van de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Staten-Generaal van 17 mei 2006 wordt ingegaan op de inwerkingtreding voor het openbaar vervoer van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wet gbh/cz).

Over de veiligheid van het vervoer van rolstoelen binnen het ov is in maart 2003 een rapport opgesteld. Dit mede n.a.v. de Europese richtlijn 2001/85/EG.