Prioritering
Prioriteitstelling bij het aanpassen van de halte-infrastructuur zorgt voor een aanpak waarbij met de beschikbare middelen zoveel mogelijk reizigers een toegankelijke reis geboden kan worden. Door landelijk gemiddeld 46% van de haltes aan te pakken kan 68% van de doelgroep op een toegankelijke halte in- en uitstappen. Uitgangspunt is tegelijk dat een minimumniveau van toegankelijkheid over het hele land wordt gerealiseerd
De kosten van realisatie van optimumscenario bedragen € 224 miljoen. Gezien de BDU middelen (brede doeluitkering verkeer en vervoer) waarover de OV-autoriteiten reeds beschikken, stelt het ministerie van Verkeer en Waterstaat € 87 miljoen extra beschikbaar aan de OV-autoriteiten. De precieze verdeling van deze middelen over de ov-autoriteiten komt hier te staan; deze is nog niet bekend.
Uitgangspunt bij de prioriteitstelling is dat naast de aanpak van de belangrijkste haltes, zoveel mogelijk 'werk met werk' wordt gecombineerd. Deze werkwijze heeft als voordeel dat de kosten gedrukt kunnen worden. Bij het toegankelijk maken van de haltes wordt maximaal aangesloten op de reguliere onderhouds- en vervangingswerkzaamheden. Nieuw aan te leggen haltes worden meteen toegankelijk gemaakt. Bij reconstructies die in het kader van de invoering van de OV-chipkaart gedaan worden (bijvoorbeeld het plaatsen van toegangspoortjes op een OV-knooppunt) is het ook toegankelijk maken van een halte voor de hand liggend.
Meer informatie over het prioriteren bij het toegankelijk maken van haltes staat in het rapport: Welke halte eerst?.











