Over Toegankelijkheid en Doelgroepenvervoer
Zelfstandig functioneren
Goede vervoersvoorzieningen zijn belangrijk voor de maatschappelijke participatie en een zo zelfstandig mogelijk functioneren van burgers, jong en oud, met en zonder fysieke beperking. Op Europees niveau wordt gesproken over mogelijk een kwart van de bevolking dat op enig moment beperkt is in de mobiliteit. Dat kan het gevolg zijn van een (blijvende of tijdelijke) fysieke of mentale beperking maar ook door het dragen van zware tassen of het reizen met kleine kinderen.
Doelgroepenvervoer
Voor mensen die in de huidige situatie geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer zijn er verschillende specifieke regelingen voor ‘bijzonder vervoer’, dit kan zijn in aanvulling op of ter vervanging van het openbaar vervoer. Dat zijn onder andere sociaal-recreatief vervoer, bovenregionaal vervoer gehandicapten en leerlingenvervoer. Die regelingen richten zich vooral op mensen met een mobiliteitsbeperking als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Een aantal regelingen biedt ook voorzieningen voor andere doelgroepen die begeleiding nodig hebben. De verzamelterm voor al dit vervoer is doelgroepenvervoer. Voor een overzicht van de verschillende regelingen: openbaar vervoer en doelgroepenvervoer.
Kansen toegankelijkheid en doelgroepenvervoer
De maatschappelijke betekenis van beide onderwerpen zal, zeker onder invloed van de vergrijzing, toenemen. Gestreefd wordt naar een optimaal toegankelijk openbaar vervoer, zodat zoveel mogelijk mensen zelfstandig met bus, trein, tram en/of metro kunnen reizen. Voor de groep mensen die niet zelfstandig kunnen reizen is er het doelgroepenvervoer, dat in meerdere opzichten verbeterd kan worden. Kansen voor doelgroepenvervoer liggen onder andere op het gebied van bundeling van de inkoop en uitvoering van het (doelgroepen)vervoer, alsmede in de organisatie, indicatie, toekenning en betaling.
Wet Maatschappelijke ondersteuning
Per 1 januari 2007 treedt de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning in werking. Deze wet regelt dat gemeenten vervoer mogelijk moet maken voor gehandicapten. De WMO heeft expliciet als doel mensen met een handicap zoveel mogelijk mee te laten meedoen met alle andere mensen, het inclusief beleid. Oftewel zoveel mogelijk gebruik van openbaar vervoer, dat daarvoor uiteraard wel optimaal toegankelijk moet zijn.











